Op 1 oktober 2007 heeft de VVD-fractie met toepassing van art. 37 van het Reglement van Orde de hieronder vermelde vragen inzake het bestemmingsplan Bloemendaalse Park/Duin en Daal. aan ons college gericht.
1. Hoe denkt het College te waarborgen dat de bouwplannen in het betreffende gebied esthetisch zeer verantwoord zijn. De fractie zou graag zien dat bouwplannen echt goed passen in debestaande omgeving. In dat verband vragen wij ons af of het mogelijk is dat het College zichlaat adviseren door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten(RACM). Deze zou advies kunnen geven naast de gemeentelijke Commissie voor Welstand en Monumenten.
2. Bij de goedkeuring door de Raad is er ingestemd ook door onze fractie met de mogelijkheid bestaande platte bungalows van een kap te voorzien. Gezien de bouwaanvragen lijkt het erop dat op den duur alle woningen die na 1945 gebouwd zijn zullen verdwijnen. In de welstandsnota en in de aanwijzing tot Beschermd Dorpsgezicht is sprake van de aanwezigheid in het gebied van een meer dan 100 jarige architectuur historie. Hoe denkt het College te waarborgen dat de historisch gezien waardevolle gebouwen van na 1945 bewaard blijven. De fractie suggereert ook daarbij het oordeel te zoeken van bovengenoemde Rijksdienst.
3. In de voorliggende bouwaanvragen is sprake van nieuwe kelderruimten. Hoe denkt het College haar zorg voor de ondergrondse waterhuishouding te kunnen waarmaken. In het betreffende duingebied zijn er veel bomen die niet diep wortelen en die op gevoelige zandhellingen staan. Verstoring van de ondergrondse waterhuishouding heeft effect op de wijde omgeving.
4. In de afgelopen jaren is het voorgekomen dat heien in het duingebied, zeker op plaatsen op of onder aan het duingebied die al kwetsbaar zijn, geleid heeft tot schade aan de bestaande oudere bebouwing die veelal los op het zand staat en soms slechts één steens muren heeft. Hoe denkt het College eraan bij te dragen dat dit wordt voorkomen.
-2-
5. De Welstandsnota van de Gemeente bevat een uitgebreide beschrijving van de criteria waar bouwaanvragen in het betreffende gebied moeten voldoen. De VVD fractie is het geheel eens met die criteria en vraagt aan het College om die in het betreffende gebied strikt toe te passen. In dit verband vragen wij tevens aan het College te overwegen alsnog een Beeldkwaliteitplan te maken voor dit gebied. Wij begrijpen dat dit laatste door de Provincie sterk wordt toegejuicht.
6. Er is bij de Raad van State beroep ingesteld tegen de goedkeuring van vele onderdelen van het bestemmingsplan waarop nog geen uitspraak is gedaan. Is er op grond van artikel 51 lid 2 Woningwet een aanhoudingsplicht, zeker als we rekening houden met het beschermd dorpsgezicht dat voor dit gebied van toepassing is?
7. Langs het halve maantje loopt voor de huizen een oud linkerweggetje, dat beeldbepalend is bij het beschermd dorpsgezicht. Hoe denkt het college dit weggetje te beschermen tegen de effecten van het zwaar verkeer dat te verwachten valt tijdens de bouwactiviteiten?
Wij beantwoorden deze vragen als volgt.
Ad 1. Op bouwplannen is de Welstandsnota van toepassing. De Rijksdienst wordt alleen om advies gevraagd als het een rijksmonument betreft. In de nabije toekomst ligt de beoordeling van wijzigen aan rijksmonumenten bij de gemeenten zelf. Een uiterste manier om de huidige situatie te wijzigen is het aanpassen van de Welstandsnota.
Ad 2. Slechts woningen die zijn aangewezen als monument of in het bestemmingsplan Park/Duin en Daal zijn aangewezen als belangrijk cultuurhistorische bebouwing met hoge ensemble en situationele waarde, worden beschermd.
Ad 3.Als er wordt gebouwd, kan er schade aan omringende gebouwen ontstaan. Het Bouw- en Woningtoezicht kan slechts optreden bij schade als de constructieve veiligheid van gebouwen door de bouwwerkzaamheden in het geding kan komen. Onderstaande voorwaarden worden, indien van toepassing, aan de bouwvergunning verbonden (Bouwverordening Bloemendaal 2007).
Verlagen grondwater
1. Vóórdat wordt gestart met de bouw, dient bepaald te worden of verlaging van de grondwaterstand noodzakelijk is;
2. Indien dit het geval is dient d.m.v. bodemonderzoek ten genoegen van Bouw- en Woningtoezicht te worden aangetoond, dat er bij het bemalen van de bouwput niet op zodanige wijze water aan de bodem wordt onttrokken, dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van bouwwerken schade zouden kunnen oplopen;
3. Tevens dient u contact op te nemen met de Provincie Noord-Holland, Afdeling Water en Groen, Bureau Bodem, Postbus 3007, 2001 DA Haarlem, tel. (023) 514 45 70, omdat hiervoor een registratieplicht of vergunning van de provincie noodzakelijk is;
Heiwerkzaamheden, ontgraven bouwput of injecteren van grond 1. Bij de uitvoering van de eventueel noodzakelijke heiwerkzaamheden, het ontgraven van de bouwput, of het inbrengen van damwanden, mogen géén trillingen worden veroorzaakt, waardoor schade aan naastgelegen bouwwerken kan ontstaan;
2. Bij de uitvoering van het eventueel noodzakelijk injecteren van de grond, mag geen schade aan naastgelegen bouwwerken worden veroorzaakt;
3. Een onderzoeksrapport dient dit aan te tonen. In dit rapport dient, naast de werkvolgorde, ook te worden aangegeven op welke wijze zal worden gecontroleerd dat er inderdaad geen schade optreedt;
4. Het rapport moet uiterlijk vier weken voor aanvang van de werkzaamheden bij Bouw- en Woningtoezicht ter beoordeling worden overgelegd;
-3-
Schade of ernstige hinder voor de omgeving
1. Tijdens de uitvoering mogen géén werktuigen worden gebruikt, die schade of ernstige hinder voor de omgeving kunnen veroorzaken; zo mogen dus bij de uitvoering van de (eventueel) noodzakelijke heiwerkzaamheden géén trillingen in de verschillende grondlagen worden veroorzaakt, waardoor schade aan naastgelegen bouwwerken kunnen ontstaan.
Een deel van het gebied is aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied. Hier gelden artikel 25 en 26 van het bestemmingsplan. In het waterwingebied is het verboden bouwwerken op te richten maar kan ons college vrijstelling verlenen na het horen van het bevoegd gezag voor het beheer van het grondwater.
In het grondwaterbeschermingsgebied is het oprichten van bouwwerken uitsluitend toegestaan indien het belang van het grondwaterbeschermingsgebied in voldoende mate is gewaarborgd. Het waterwin- en grondwatergebied is afgeleid van het provinciaal Milieubeleidsplan.
Ad. 4. Zie de reactie op vraag 3. Voorts betreft het hier privaatrecht tussen de burgers; door een bouwexploot af te sluiten kan eventuele schade na de bouw worden verhaald op de schadeveroorzaker.
Ad 5. Een beeldkwaliteitsplan is geen wettelijk bindend toetsingskader voor een bouwplan.
Ad 6. Er is sprake van een goedgekeurd bestemmingsplan dat inmiddels in werking is getreden. Bouwaanvragen die passen binnen dit bestemmingsplan kunnen op grond van artikel 51 lid 3 juncto artikel 50 lid 4 van de Woningwet dan ook worden verleend.
Ad 7. Het weggetje zal nadien opnieuw worden aangelegd. Dit kan op kosten van de gemeente worden gedaan, of worden verhaald op de ontwikkelaar op grond van een onrechtmatige daad dan wel verzekeringstechnisch geregeld worden.
Nadere toelichting:
De fractie van de VVD heeft het onderwerp van deze vragen bij de behandeling van de begroting in de plenaire vergadering eveneens aan de orde gesteld en enkele weken daarna hebben bewoners uit het plangebied dezelfde aangelegenheid mondeling met wethouder Bruins Slot besproken.
Tegen deze achtergrond hechten wij eraan niet alleen sec de schriftelijk gestelde vragen te beantwoorden maar integraal op de ervaren problematiek in te gaan en ons standpunt in deze ook breder, buiten de context van deze vraagbeantwoording te communiceren.
Op 20 december 2001 hebben de staatssecretaris van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de Minister VROM het gebied Bloemendaalse park/Duin en Daal aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De beschikking van de staatssecretaris is uitvoerig gemotiveerd; het gaat daarin onder meer om de stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied en de architectuur- en cultuurhistorische waarde van een aantal als zodanig benoemde objecten. Deze aanwijzingsbeschikking is leidraad geweest bij het tot stand brengen van het nieuwe bestemmingsplan, een plicht die voor uw raad voortvloeide uit die beschikking. Het bestemmingsplan biedt een juridisch sluitende bescherming aan de in het plangebied gelegen aangewezen monumenten en aan de in dat plan limitatief opgesomde, gebouwde objecten die van cultuurhistorisch belang geacht worden. Over het ontwerp bestemmingsplan heeft de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurhistorie en Monumenten positief advies uitgebracht. Hiermee heeft de gemeenteraad als het ware een planologische vertaling gegeven van de beschermwaardigheid die aanleiding vormde voor het aanwijzingsbesluit. Met andere woorden: wat beschermwaardig is uit hoofde van de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht geniet de bescherming van het bestemmingsplan maar het bestemmingsplan biedt geen bescherming aan objecten die niet als zodanig in het aanwijzingsbesluit opgenomen zijn. Dit laatste geldt dus mede voor gebouwen van na 1945 die mogelijk wel historisch gezien waardevol geacht kunnen worden, maar waarvan het bestemmingsplan die waarde niet fixeert, althans voor zover er zich zulke gebouwen binnen het plangebied bevinden. Ons college gaat er op basis van het vastgestelde bestemmingsplan op dit moment van uit dat dat niet het geval is.
Het door de gemeenteraad op 18 mei 2006 vastgestelde bestemmingsplan is op een enkele uitzondering na door gedeputeerde staten op 16 januari 2007 goedgekeurd. Een verzoek het goedkeuringsbesluit te schorsen is op 15 juni 2007 door de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak afgewezen. Er is
-4-
goed uitgezocht of artikel 51, lid 2 van de Woningwet een aanhoudingsplicht schept - die suggestie is wel gewekt - maar voor deze gedachte bieden wet en jurisprudentie geen steun. Nu het bestemmingsplan formele rechtskracht gekregen heeft, moet het daarom door ons worden gehanteerd bij de beoordeling van binnenkomende bouwaanvragen. De omstandigheid dat nog een beroep lopende is tegen sommige onderdelen, doet hieraan niet af.
In een gebied, aangewezen als beschermd dorpsgezicht, gelden voor de beoordeling van binnenkomende bouwaanvragen (voor elk bouwvoornemen, ook voor bouwvoornemens die men elders vergunningvrij kan realiseren is dat verplicht; vergunningvrij bouwen is in een beschermd dorpsgezicht niet mogelijk) de regels van de Woningwet. Voor afgifte van een bouwvergunning verplicht de wet tot toetsing aan vier normenkaders: aan het bestemmingsplan, aan de bouwverordening, aan het bouwbesluit en aan de welstandsnota. Het wettelijk systeem is imperatief limitatief; dat betekent dat wanneer het bouwplan in strijd blijkt met één van deze vier geen bouwvergunning verleend mag worden maar dat bij overeenstemming met elk van de vier er een verplichting tot afgifte van een bouwvergunning bestaat. Tot beïnvloeding van dit toetsingskader is de gemeenteraad in beginsel bevoegd. Tot een nadere normering buiten dit toetsingskader om bestaat geen mogelijkheid. Het is dus in beginsel een zwart-wit situatie. Uiteraard is het normenkader zelf wel beïnvloedbaar; het is de gemeenteraad die bevoegd is tot het vaststelling en wijziging van bestemmingsplannen, de bouwverordening en de welstandsnota; de vaststelling van het bouwbesluit geschiedt door de Minister.
Ons college meent dat het ervoor gehouden moet worden dat indien een binnengekomen bouwaanvraag de toetsing aan de vier genoemde toetsingskaders met positief gevolg heeft doorstaan, het betreffende bouwplan geacht mag worden voldoende te passen in de bestaande omgeving. Met de fractie van de VVD stelt ons college zich op het standpunt dat het normenkader van de Welstandsnota voor het plangebied toereikend is.
Tussen de datum van de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht en de datum waarop het nieuwe bestemmingsplan rechtskracht verkreeg, is er zo ongeveer sprake geweest van een bouwstop in het plangebied waardoor een stuwmeer van bouwvoornemens is ontstaan. De indieners van bouwaanvragen zien met vreugde de weg vrij hun voornemens te realiseren. Ons college is zich er ten volle van bewust dat hieraan ook een keerzijde verbonden is. Het gaat daarbij in hoofdzaak om de volgende aspecten:
Ø
Het karakter van de wegen in het plangebied en de bouwkundige kwaliteit van het wegdek zijn kwetsbaar, zeker onder invloed van zwaar bouwverkeer. Ons college acht het een gemeentelijk belang dat schade daaraan wordt voorkomen. Daarom zullen wij bij het verlenen van bouw- en/of aanlegvergunningen voorwaarden stellen die het ontstaan van schade zo veel mogelijk tegengaan.
Ø
De geschiedenis heeft geleerd dat de bodemgesteldheid rondom het Halve Maantje risico's in zich houdt. Het gaat daarbij om gevolgen van bouwen in de grond op de ene plaats voor bouwwerken of natuur in de omgeving. Hoewel er in deze primair sprake is van civiele belangen aan de zijde van de eigenaren en zonder ook maar iets af te doen van de eigen verantwoordelijkheid aan die zijde, acht ons college uit hoofde van het te beschermen dorpsgezicht het ook in deze een gemeentelijk belang dat schade wordt voorkomen. Zowel in de sfeer van de vergunningverlening als in de sfeer van actief toezicht door het Bouw- en woningtoezicht tijdens de bouwwerkzaamheden, staat ons college ook voor deze verantwoordelijkheid.
Ø
Naar aanleiding van deze vrees merkt ons college vrijblijvend in de eerste plaats op dat hoewel er geen twijfel bestaat over de hoogwaardigheid van het totaalkarakter van de huidige bebouwing, niet van elk bouwwerk gezegd kan worden dat het veel stenen bijdraagt aan die hoogwaardigheid. En evenmin ziet ons college in historiserende nieuwbouw de exclusieve sleutel naar behoud daarvan.
Maar ons college ziet voor zich zelf, anders dan nadat door de Commissie voor Welstand en Monumenten met betrekking tot ieder ingediend bouwplan - dat niet alleen op zich zelf wordt beoordeeld maar tevens dient aan te sluiten bij de omliggende omgeving- advies is uitgebracht op dit moment geen rol weggelegd. Over de opportuniteit om voor dit plangebied alsnog een
-5-
beeldkwaliteitsplan op te stellen, zal de portefeuillehouder graag nader overleg voeren in de commissie Grondgebied. Het gebrek aan een bindend karakter van zulk een plan in de context van de beoordeling van een bouwplan èn de toereikendheid van het welstandstoezicht voor het plangebied maken het formuleren van een doelstelling voor het inslaan van deze weg bepaald van belang. Van een standpunt van de provincie in deze is ons college niet op de hoogte.
Ons college hoopt langs deze weg de vragen naar genoegen te hebben beantwoord.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Bloemendaal,
, burgemeester
, secretaris
Gevreesd wordt dat door een overmaat aan bouwkundige vernieuwing op basis van vele bouwaanvragen - iedere bouwaanvraag moet immers op zijn individuele merites worden beoordeeld - toch een inbreuk zal ontstaan op het zo divers samengestelde, waardevolle totaalkarakter van de huidige bebouwing. De VVD-fractie doet de suggestie om alsnog een beeldkwaliteitsplan te maken.
Waar deze administratiefrechtelijke weg (mogelijk) ontoereikend mocht zijn, zal de gemeente langs civielrechtelijke weg haar belang met behulp van daartoe geëigende maatregelen veilig stellen. Het karakter van de wegstructuur houdt het college voor een wezenlijk onderdeel van het te beschermen dorpsgezicht.
(Gedeeltelijk) overgenomen uit: Peter Boeijink (17-1-2008). Oorspronkelijke auteur: College van B&W
|
Gepubliceerd op: |
17 jan 20 |